Dit moderne familiebedrijf ligt in Aragón, aan de voet van de Pyreneeën, en heeft zo’n 200 hectare eigen wijngaarden in beheer. Een behoorlijk stuk grond dus, waarop verschillende druivenrassen groeien en waar ze het grootste deel van het proces zelf in handen houden. Van de druif tot de fles. Wel zo prettig, want zo weten ze precies waar ze mee bezig zijn.
En die Pyreneeën zijn meer dan alleen een mooi decor. De wijngaarden liggen op zo’n 450 meter hoogte, op kalkrijke en zanderige bodems. Overdag krijgt Somontano volop zon, terwijl de bergen ’s nachts voor verkoeling zorgen. De druiven krijgen daardoor alle kans om mooi rijp te worden, zonder dat ze hun frisheid verliezen. In de wijngaard wordt gewoon met de handen gewerkt: snoeien, uitdunnen en zorgen dat alleen het beste fruit de wijnkelder in gaat. Daar neemt de moderne kant van Leo & Niné het over, met roestvrijstalen tanks en, als de wijn er beter van wordt, Franse en Amerikaanse eiken vaten.
Maar uiteindelijk draait het bij Leo & Niné niet om ingewikkeld doen. Dat zie je misschien wel het beste aan de naam Compartir, Spaans voor ‘delen’. De Compartir-wijnen zijn gemaakt voor precies datgene waar wijn wat ons betreft voor bedoeld is: een tafel vol eten, vrienden die blijven hangen en glazen die nét iets sneller leeggaan dan gepland. Van de jonge, fruitige Joven tot de Roble en Crianza iedere wijn heeft zijn eigen karakter, maar nergens krijg je het gevoel dat je eerst een wijncursus had moeten volgen voordat je de kurk eruit mocht trekken.